Brilvormen ontrafeld: panto, aviator, cat-eye en de rest
Bijna iedereen herkent een aviator. Maar tussen een panto, een cat-eye en een browline wordt het vocabulaire van monturen al snel een doolhof. Hier is de plattegrond, getekend door onze opticiens.
Als je een van onze winkels binnenloopt, zeg je vaak "ik zoek iets ronds" of "iets retro". Dat is een prima start. Maar elke grote familie monturen heeft een precieze naam, een geschiedenis en een eigen manier om een gezicht aan te spreken. Die namen kennen is geen optisch snobisme. Het is de snelste manier om de vorm te vinden die bij je past, en er later opnieuw naar te vragen. We lopen de vormen langs die je het vaakst tegenkomt, van onze ateliers op Bali tot de catwalk.
- Een handvol vormen, rond, panto, aviator, cat-eye, browline en vierkant, dekt het overgrote deel van alle monturen.
- De naam beschrijft de geometrie van het front, niet het materiaal of de kleur: een panto bestaat in acetaat en in metaal.
- De juiste vorm speelt met balans: een rond montuur verzacht strakke trekken, een hoekig montuur geeft structuur aan een gezicht vol rondingen.

De ronde, stil intelligent
Bijna volmaakte cirkels. Het ronde montuur doet denken aan de kunstenaar, de architect, de stille dichter. We danken het evenveel aan leesbrillen van vroeger als aan een zekere jarenzestiggeest, en het is nooit echt van het toneel verdwenen. De kracht ervan: het verzacht alles wat hoekig is. Op een vierkant gezicht of een zware kaaklijn brengt het welkome ronding. De valkuil: op een al rond gezicht kan het dat effect versterken. Dan kiezen we hem dunner, in metaal, om het licht te houden.
De panto, een Franse klassieker
De panto is de vorm die weinig mensen kunnen benoemen. Denk aan een cirkel die bovenaan iets is afgeplat, met een zachte ronding eronder. Ontstaan in de jaren vijftig en zestig, draagt hij een bewust vintagegevoel zonder ooit verkleding te worden. Het is een uitstekende middenweg voor wie de ronde te uitgesproken vindt en de vierkante te streng. De panto staat de meeste gezichten goed, en daarom stellen onze opticiens hem zo vaak als eerste pas voor.
De aviator, geboren in de cockpit
De omgekeerde druppel, in dun metaal, met de dubbele brug over de neus. De aviator is ontworpen voor militaire piloten, om een zo breed mogelijk gezichtsveld te dekken. Vandaag houden we er vooral van als zonnebril, maar hij werkt net zo goed op sterkte. Hij verlengt ronde gezichten en verzacht een breed voorhoofd. Zijn geheim is lichtheid: veel glas, heel weinig materiaal eromheen.
De cat-eye, een lijn die de blik optilt
De bovenhoeken, die het dichtst bij je slapen zitten, lopen licht omhoog, als een streep eyeliner. Als icoon van de jaren vijftig werd de cat-eye lang weggezet als een zogenaamde damesbril. Dat zijn we voorbij: met zelfvertrouwen gedragen staat hij iedereen. Hij tilt de jukbeenderen op, geeft energie aan een zacht gezicht en karakter aan de eenvoudigste outfit. In een ingetogen versie is de knik nauwelijks te zien; in een uitgesproken versie wordt hij een handtekening.
De browline, de bovenste helft
De naam zegt het al: het materiaal onderstreept de wenkbrauw, terwijl de onderkant van de glazen dun of randloos blijft. Hij heet ook wel clubmaster. Een intellectuele vorm met een retrorandje, die de blik omlijst zonder het onderste deel van het gezicht zwaar te maken. Hij spreekt aan wie een montuur wil dat aanwezig is, maar niet overheerst. Probeer hem als je twijfelt tussen een bril die opvalt en een bril die je gezicht niet overneemt.
De vierkante en de rechthoekige, de architecten
Strakke lijnen, bewuste hoeken. De vierkante en de rechthoekige brengen structuur. Op een gezicht vol rondingen maken ze een contrast dat slanker en langer laat lijken. Ze passen bij mensen die van het uitgesproken, het grafische, het eigentijdse houden. De enige tip: op een al hoekig gezicht kies je licht afgeronde hoeken, zodat de trekken niet harder worden.
Hoe kies je dan de jouwe?
Eén principe leidt de meeste passessies: contrast. Een vorm die tegengesteld is aan de geometrie van je gezicht brengt het geheel in balans. Maar het is geen absolute regel, en dat is maar goed ook: stijl, je bui van die dag en comfort tellen net zo zwaar. Uiteindelijk beslist de spiegel, met een opticien naast je om de verhoudingen, de glashoogte en de stand op de neus bij te stellen. Wil je verder lezen, dan is onze gids over gezichtsvormen de logische volgende stap.
Een montuur dat je kunt benoemen, kun je terugvinden, in de winkel en in je geheugen.